Dagelijkse was

De dagelijkse was is, ondanks dat we er altijd tegenop kijken, de gemakkelijkste was om uit te voeren. Het enige dat je nodig hebt voor de dagelijkse was is een wasmachine, wasmiddel en indien gewenst wasverzachter en een droger of een droogrek/waslijn.

Hoe doe je de dagelijkse was?

Doorloop de volgende stappen voor de dagelijkse was:

1. Sorteer het wasgoed

Sorteren doe je op een aantal aspecten:

  • Wassen toegestaan?
    Mag het kledingstuk wel gewassen worden of moet het naar de stomerij?

  • Hand- of machinewas?
    Welk type van toepassing is staat op het label in het kledingstuk. Kijk hier voor een uitleg over de wassymbolen.

  • Nieuwe kleding:
    Nieuwe gekleurde kleding kan de eerste keer het beste apart of met de hand gewassen worden om te voorkomen dat de kleur afgeeft op andere kledingstukken.

  • Kleur:
    Sorteer het wasgoed in drie stapels: wit, zwart en kleuren.

Bovenstaande sortering is de basis. Je hebt dan maximaal zes stapels: kleding die niet gewassen mag worden, kleding voor de stomerij, stapel handwas, een stap machinewas wit, machinewas zwart en machinewas kleur. Je kan er voor kiezen om nog verder door te sorteren:

  • Vervuiling:
    je kan nog sorteren tussen licht, normaal en sterk vervuild.

  • Soort textiel:
    Synthetische stoffen (Nylon, acryl etc.) en zijde zijn vaak gevoeliger dan de natuurlijke stoffen (katoen, wol en linnen) en kunnen daarop gesorteerd worden.

2. Was gereedmaken om te wassen

Controleer de zakken op achtergebleven spullen. Draai vervolgens t-shirts, truien en broeken binnenstebuiten. Rol opgestroopte broekspijpen of mouwen af. Daarnaast is het verstandig om ritsen en knopen dicht te doen. Ook losse touwtjes kunnen het beste vastgeknoopt worden om beschadiging te voorkomen.

3. Was in de wasmachine

Als je wasgoed erg vuil is, is het verstandig om eerst een voorwas te draaien. De meeste wasmachines hebben een standaard voorwasprogramma. Kijk hiervoor in de handleiding van uw wasmachine.

Stop je wasgoed vervolgens in de wasmachine. Zorg er goed voor dat je de wasmachine niet te vol doet. Dat gaat ten koste van het resultaat van de wasbeurt.

4. Wasmiddel

Vervolgens voeg je het wasmiddel toe. De hoeveelheid die je nodig hebt staat meestal aangegeven op de verpakking van het wasmiddel. Teveel of te weinig werkt averechts.

Je kan het wasmiddel in een doseerbol doen of in het bijbehorende vak in de wasmachine. Een doseerbol heeft door de bank genomen een iets beter effect.

Maak je gebruik van wasverzachter? Deze kan niet in een doseerbol, maar doe je in het vakje voor wasverzachter in je wasmachine.

5. Wasprogramma

Kies het wasprogramma dat het beste aansluit bij de gekozen stapel. Dit verschilt licht per type wasmachine.

6. Wassen

Zet de wasmachine aan.

7. Drogen

Als de wasmachine klaar is, haal je het wasgoed er uit. Laat het wasgoed niet te lang liggen. Dit kan zorgen voor vervelende luchtjes en soms zelfs schimmel als je het te lang laat liggen.

Kijk in het label van het kledingstuk of deze in de droger mag. Zo niet hangt u deze aan een waslijn of wasrek. Kledingstukken die wel in de droger mogen stopt u in de droger. De meeste drogers kennen verschillende standen. Meestal wordt er onderscheidt gemaakt tussen katoen en synthetische stoffen. Binnen deze categorie├źn kan gekozen worden voor strijkdroog (licht vochtig), kastdroog (droog genoeg voor in de kast) of extra droog (kurkdroog).

Na het drogen haal je de kleding er direct uit om te voorkomen dat het gaat kreuken.

8. Strijken

De laatste stap is het strijken van de kleding. Klik hier voor strijk tips.

Met deze tips is het doen van de dagelijkse was een makkie. Volg de tips en je wasgoed is weer schoon en fris!

Tips via Facebook!